Algemeen over P2000 / Flex
P2000 is het alarmeringsonderdeel van C2000 op
basis van een FLEX protocol. Het netwerk is
opgezet om personeel van de hulpdiensten zoals
brandweer, ambulance, politie en KNRM op te
roepen in geval van een incident of andere
situatie waar hun aanwezigheid gewenst is.
Hoewel het systeem opgezet is met een hoge mate
van bedrijfszekerheid hebben de meeste
gebruikers procedures om uitval of overbelasting
van dit belangrijke systeem op te vangen. P2000
is een digitaal systeem dat het oude analoge
systeem vervangen heeft. Het systeem is in
tegenstelling tot T2000 niet gecodeerd.
Berichten van p2000
De
berichten zijn vergelijkbaar met SMS-berichten
en zijn opgebouwd uit een aantal onderdelen die
per dienst en regio kunnen verschillen.
Doorgaans bevatten de berichten:
- soort incident
- locatie
- prioriteit
- gealarmeerde eenheden
De
P2000-pager reageert als hij een bericht
ontvangt met de in het geheugen geprogrammeerde
capcode. Een capcode is grofweg vergelijkbaar
met een telefoonnummer of IP-adres en
identificeert de bedoelde ontvanger. Het
verschil is echter dat er meerdere ontvangers
kunnen zijn. De opzet van het systeem is dat de
benodigde eenheden of personen gealarmeerd
kunnen worden zonder dat er teveel mensen worden
opgeroepen.
Groepsoproepen
Groepsoproepen zijn een standaard onderdeel van
het FLEX protocol. Meerdere pagers krijgen
hetzelfde bericht. Omdat de hulpdiensten vaak
met groepsoproepen werkt (dus meerdere pagers
voor dezelfde oproep) is dit één van de
belangrijkste redenen geweest om FLEX te kiezen.
Voor de groepsoproepen zijn er 16 tijdelijke en
dynamische groepscapcodes in de reeks 2029568
t/m 2029583 die alle tegelijkertijd gebruikt
kunnen worden indien er meerdere groepsoproepen
tegelijk worden verzonden. Daarbij bepaalt het
FLEX netwerk wanneer welke pager naar deze
tijdelijke en dynamische groepscapcodes moet
"luisteren". Deze groepscapcodes zitten
standaard in de pager geprogrammeerd.
Bij een oproep voor bijvoorbeeld 4 pagers, met
verschillende capcodes, wordt die oproep niet 4
keer verzonden, maar krijgen die pagers tijdens
de oproep de instructie om tijdelijk een andere
capcode (1 van de 16 groepscodes) aan te nemen
en naar een bepaald frame te "luisteren". In die
bepaalde frame staat dan de daadwerkelijke
oproep en deze wordt dan ook weergegeven.
Bijvoorbeeld:
0102998 01:20:48 25-09-03 FLEX-A INSTR 1600
TEMPORARY ADDRESS: 2029568 -> FRAME 027
0101208 01:20:48 25-09-03 FLEX-A INSTR 1600
TEMPORARY ADDRESS: 2029568 -> FRAME 027
0101209 01:20:48 25-09-03 FLEX-A INSTR 1600
TEMPORARY ADDRESS: 2029568 -> FRAME 027
0101156 01:20:48 25-09-03 FLEX-A INSTR 1600
TEMPORARY ADDRESS: 2029568 -> FRAME 027
2029568 01:20:48 25-09-03 FLEX-A INSTR 1600
"DAADWERKELIJKE BERICHT"
Overzicht FLEX Protocol
Het FLEX formaat is een hoge-snelheid paging
protocol ontwikkeld door Motorola Paging
Products Group. Flex is een multiple datarate
paging protocol en kan dus met meerdere
datarates werken tot wel 6400 bits per seconde (bps).
Het meest gebruikte paging protocol is het
zogenaamde Post Office Code Standardisation
Advisory Group (POCSAG) welke met een datarate
werkt tot 2400 bps. FLEX maakt gebruik van
4-level Frequency Shift Keying (4-FSK) en een
verhoogde datarate. Doordat de mogelijkheden met
POGSAC zijn grenzen heeft bereikt is FLEX een
logische opvolger, omdat FLEX 2,67 keer zoveel
data kan verwerken dan POCSAG (6400 bps
vergeleken met 2400 bps). FLEX is ontwikkeld
voor dezelfde frequentiegebieden die POCSAG
gebruikt.
FLEX is een synchroon protocol. Dat betekent dat
alle zenders en ontvangers op hetzelfde moment
werken met een vast tijdsinterval. Het FLEX
protocol vereist dat alle ontvangers niet meer
dan 5 msec uit de synchrone tijd lopen. Door het
synchrone signaal wordt de effectiviteit van het
protocol beter en ook de batterij van de pager
zal langer meegaan. Bij POCSAG en andere
asynchrone paging standaarden wordt er gedurende
een bepaalde tijd eerst een "startsignaal"
verzonden, welke ervoor moet zorgen dat de pager
"wakker" wordt en het opvolgende signaal kan
ontvangen. Dit "startsignaal" is eigenlijk
verspilde zendtijd en verplicht de pager om het
ontvangstcircuit constant te voeden om het
"startsignaal" te kunnen ontvangen. Dus een
asynchroon paging protocol is minder efficiënt
dan een synchroon paging protocol met dezelfde
datarate, omdat de zendtijd van het
"startsignaal" in een asynchroon protocol kan
worden gebruikt voor "echte" data. De FLEX pager
maakt gebruik van zijn low power CMOS circuit om
synchroon met de tijd te blijven en alleen
tijdens de vaste intervallen wordt het
ontvangstcircuit voor korte tijd ingeschakeld om
een eventueel bericht te ontvangen. Het
synchroniseren gebeurd door middel van het GPS
(Global Positioning System) tijdsignaal.
FLEX Datarate en Modulatie
FLEX kan gebruik maken van 3 datarates: 1600
bits per seconde (bps), 3200 bps en 6400 bps. De
modulatie die gebruikt kan worden is 2-level
Frequency Shift Keying (2-FSK) en 4-level
Frequency Shift Keying (4-FSK). De 6400 bps FLEX
wordt altijd verzonden met 4-FSK, de 3200 bps
kan met 2-FSK én met 4-FSK verzonden worden en
1600 bps FLEX wordt altijd verzonden met 2-FSK.
Dus er zijn maar 2 baudrates in FLEX; 1600 baud
en 3200 baud, waarbij een symbool kan bestaan
uit 1 of 2 bits.
De
frequentie afwijking voor FLEX is 4.8 kHz voor
2-FSK en 1.6 kHz en 4.8 kHz voor 4-FSK.
Onderstaande figuur laat een FLEX 2-FSK signaal
zien. Een frequentie boven de basisfrequentie
(+4.8 kHz) is een binaire 1 en een frequentie
onder de basisfrequentie (-4.8 kHz) is een
binaire 0. Bij 2-FSK is er maar één bit per
symbool, dus het symbool is de bit.
De
data verzonden met 4-FSK maakt gebruik van de
Gray-Code, wat niet meer betekent dan dat 2
opeenvolgende levels niet meer dan één bit
verschil hebben. De reden om dit zo toe te
passen is omdat wanneer een frequentie afwijking
op de grens van twee levels ligt en er een
verkeerde level wordt gedetecteerd, er maar één
bit verkeerd zal zijn. De volgorde van symbolen
van -4.8 kHz tot +4.8 kHz is 00, 01, 11, 10.
Onderstaande figuur laat een FLEX 4-FSK signaal
zien. Het frequentieverschil tussen twee levels
is 3.2 kHz.

FLEX Data Opbouw
Onderstaande figuur laat zien hoe de data in
FLEX is georganiseerd in cyclussen en frames.
Een uur bestaat uit 15 cyclussen. De cyclussen
zijn genummerd 0 t/m 14. Elke cyclus is 4
minuten lang en bestaat uit 128 frames. De
frames zijn genummerd 0 t/m 127. Elk frame is
1,875 seconden lang. Een frame is de kleinste
hoeveelheid data om te verzenden, maar niet elk
frame in elke cyclus hoeft verzonden te worden.
Maar om de FLEX pagers gesynchroniseerd te
houden moet de pager minimaal 1 frame per 4
minuten ontvangen. Dit zorgt ervoor dat de
interne klok van de pager gesynchroniseerd
blijft en dat de pager het ontvangstcircuit op
tijd inschakelt. Dus de minimale eis is dat de
pager een frame ontvangt met hetzelfde nummer
als in de vorige cyclus. Bijvoorbeeld: als in
cyclus 0 frame 30 is verzonden, dan moet het
volgende frame uiterlijk cyclus 1 frame 30 zijn.
De
pager en zender zijn zo ingesteld dat ze één
frame ontvangen en verzenden binnen 2X
aaneengesloten frames, waarbij X 0 t/m 7 kan
zijn. Dus als X gelijk is aan 0 dan zullen de
frames continue ontvangen worden. Wanneer X
gelijk is aan 7 dan zal er één frame per 128
frames ontvangen worden, welke dan dus steeds
hetzelfde framenummer heeft. Bijvoorbeeld als
frame 0 ontvangen wordt en frame 1 t/m 127
worden overgeslagen en frame 0 van de volgende
cyclus wordt weer ontvangen, dan is X gelijk aan
7. Dit voorbeeld is de minimale activiteit om de
pager gesynchroniseerd te houden.
FLEX Frame Opbouw
De
opbouw van elk frame is weergegeven in de figuur
hieronder. Elk frame bestaat uit een
synchronisatieperiode van 115 ms gevolgd door 11
blokken met data, waarbij elk blok een duur
heeft van 160 ms. De blokken zijn genummerd 0
t/m 10.
De
synchronisatieperiode bestaat eigenlijk uit 2
synchronisatieperioden en frame info. De eerste
synchronisatieperiode en frame info wordt altijd
verzonden met 1600 bps. De eerste
synchronisatieperiode identificeren de baudrate
(1600 of 3200) en de modulatie (2-FSK of 4-FSK)
van de tweede synchronisatieperiode en de
daaropvolgende datablokken. De frame info die
tussen de twee synchronisatieperiodes inzit,
identificeert het huidige frame nummer en cyclus
nummer. Het totale aantal bits in de eerste
synchronisatieperiode en de frame info is 144
bits met 1600 bps, welke dus een duur krijgt van
90 ms. De tweede synchronisatieperiode duurt 25
ms. Deze periode is ontwikkeld om de pager om te
zetten naar de gewenste modulatie en baudrate.
FLEX Datablok Opbouw
Elk blok bestaat uit 8, 16 of 32 codewoorden
respectievelijk voor 1600 bps, 3200 bps of 6400
bps. Elke codewoord is 32 bits lang en bestaat
uit informatie en pariteit bits. De opbouw van
deze codewoorden komt terug in het volgende
deel. Hier wordt alleen besproken hoe de
codewoorden worden verzonden. Van de codewoorden
worden eerst alle eerste databits verzonden,
vervolgens alle tweede databits enzovoorts tot
en met het 32e databit zodat alle codewoorden
zijn verzonden. In onderstaande figuur is te
zien in welke volgorde de codewoorden worden
verzonden met 1600 bps. De 32-bits codewoorden
zijn uitgelegd over rijen onder elkaar en worden
vervolgens per kolom verzonden. Elke kolom duurt
5 ms om te verzenden.
Het verzenden van de data in de blokken wordt
gedaan volgens de opgelegde modulatie en
baudrate. Bij 2-FSK geldt dat het signaal
overeenkomt met het bitpatroon. Elke bit is
gelijk aan één van de 2 mogelijke frequenties.
Bij 4-FSK geldt dat 2 bits bij elkaar worden
genomen en aan de hand van die formatie één van
de 4 mogelijke frequenties wordt gekozen
FLEX Codewoord Opbouw
Elk codewoord is 32 bits lang en maakt gebruik
van dezelfde error-correctie-techniek als POCSAG.
In de onderstaande figuur staat de opmaak van
een codewoord. De data bestaat uit een
Bose-Chaudhuri-Hocquenhem (BCH) forward error
correctie met een extra even pariteitbit om de
32 bits woord vol te maken.

Flex Codering Opbouw
De
11 blokken met in total 88 codewoorden met 1600
bps FLEX is de basis van de FLEX codering
opbouw. Bij een hogere rate worden de blokken
simpel vermenigvuldigd met 2 (3200 bps) of 4
(6400 bps). Aan elk 1600 bps blok wordt een fase
gegeven en aan iedere fase wordt een letter
gekoppeld (a, b, c en d). Bij 1600 bps wordt
alleen fase a verzonden. Bij 3200 bps worden
fase a en c verzonden en bij 6400 bps worden
alle 4 de fases verzonden. Elk blok bestaat uit
8 codewoorden voor elke fase en worden
gemultiplexed zodat de verzendtijd van een blok
160 ms wordt. Bij 6400 bps bestaat elk blok uit
8 codewoorden bij fase a, 8 codewoorden bij fase
b, 8 codewoorden bij fase c en 8 codewoorden bij
fase d. De FLEX codering opbouw is weergegeven
in de onderstaande figuur. De 11 blokken
weergegeven in de volgorde waarmee de informatie
is geplaatst. Het eerste codewoord van het
eerste blok bevat de blok informatie, wat een
overhead codewoord is om de opvolgende
codewoorden te identificeren. Het 2e tot en met
88e codewoord bevatten het adresveld,
vectorveld, berichtdata veld en doelloze
codewoorden. Het aantal codewoorden in elk veld
is gebaseerd op de verzonden informatie. Het
adresveld identificeert één of meerdere pagers.
Het vectorveld identificeert het berichttype (tone-only,
numeriek, alfanumeriek, etc.) en waar de
berichtdata zich bevindt in het berichtveld.
Voor elk 1600 bps FLEX gecodeerde opbouw is één
overhead codewoord (blok informatie) per 88
codewoorden. Bij POGSAC is er één overhead
codewoord (synchronisatiewoord) per 17
codewoorden. Het percentage van de codering
bestemd voor overhead is van 5,88% bij POGSAC
gereduceerd tot 1,14% bij FLEX. |